19 juni 2008

In het juninummer van het Tijdschrift voor het onderwijs aan anderstaligen LES schreef Annet Berntsen een artikel met tips en adviezen over het portfolio. Zij is daarvoor een ochtend op locatie geweest bij de IB-Groep in Utrecht en heeft daar gesproken met verschillende betrokkenen.
De kandidaten die zij sprak hadden gekozen voor de mogelijkheid om zelfstandig een portfolio van dertig bewijzen te verzamelen. Dat scheelde aanzienlijk in de kosten ( 104,- tegenover  300,- voor assessments). Het verzamelen van de bewijzen was niet altijd even leuk geweest. Vaak had de andere partij ook niet begrepen wat de bedoeling was. Maar achteraf vonden de kandidaten toch dat zij erdoor in contact gekomen waren met anderen. Het afsluitende panelgesprek verliep over het algemeen goed.
De examinatoren klaagden erover dat de deelnemers vaak slecht geïnformeerd waren. Belangrijk voor die informatie is de website www.handreikinginburgeringgemeenten.nl (vragen en antwoorden en documenten, met o.a. een handleiding voor het panelgesprek). 

Gebrek aan informatie leidde nog wel eens tot deze knelpunten.

  1. Kandidaten weten niet dat ze op de dag van het panelgesprek ook een schrijfopdracht (schrijftaak) van 15 minuten moeten maken. Dit komt vaak doordat de kandidaat het begrip ‘schrijftaak’ verwart met ’schrijfbewijs’.  
  2. Bij het examen stellen de examinatoren vragen en geven zij instructie ’volgens het boekje’. De vragen worden in portfoliotaal gesteld en de instructie mag niet te uitgebreid zijn.  Om de opdrachten te begrijpen moeten kandidaten termen kennen als ’er uit zien’ en ‘een verslag maken’. Als een kandidaat de instructie niet begrijpt, kan hij of zij initiatief nemen. Het staat hem of haar altijd vrij om vragen te stellen.
  3. De eisen die aan portfoliobewijzen worden gesteld veranderen regelmatig. Zo mogen gespreksbewijzen van telefoongesprekken door de kandidaat zelf worden ingevuld. Een aangifte bij de politie komt alleen in aanmerking voor een gespreksbewijs en niet voor een schrijfbewijs. (Het aangifteformulier zelf is immers door de politie ingevuld.)
  4. Veel kandidaten weten niet dat ze na het panelgesprek nog een centraal examen moeten waarvan de digitale praktijktoets onderdeel is (en KNS en de Toets Gesproken Nederlands).

Annet Berntsen informeerde naar de lange tijd die er vaak zit tussen de aanvraag en de uitslag (vier maanden). Volgens de coördinator en voorzitter van de Utrechtse examencommissie moet de kandidaat zich goed houden aan de eisen die de procedure van zes stappen stelt.

  • Niet vergeten om bij de eerste aanvraag een aanmeldformulier te doen.
  • Het portfolio wordt net zo lang teruggestuurd tot het in orde is.
  • Voor het panelgesprek moet er eerst betaald is. Na binnenkomst van de betaling duurt het nog vier tot zes weken tot de afspraak.

Binnen vier weken na het panelgesprek ontvangt de kandidaat de uitslag per post.

***********

24 april 2008 
Portfolio-ervaringen in Amsterdam

In het Parool van 22 april stond een paginagroot artikel onder de kop: Regelfetisjisme bij de inburgering. Auteur Merijn de Boer reageert op het negatieve oordeel dat de gemeentlijke Adviesraad Diversiteit en Integratie over de gang van zaken bij de inburgering in Amsterdam naar buiten heeft gebracht.
Onder het artikel staat ’De auteur werkte enige tijd als surveillant en examinator bij het inburgeringsexamen’. Zijn kritiek richt zich niet zozeer op de onderdelen van het centrale examen of het moet zijn dat het KNS examen en het elektronisch praktijkexamen ‘haast een vrije doorloop zijn’.
‘De grootste misstanden zijn echter te vinden bij het toelatingsexamen, het examen om examen te mogen doen’. Bedoeld worden de handleiding, inhoud en beoordeling van portfolio’s. Zo zegt de handleiding bijvoorbeeld: ‘Een bewijs bewijst dat een cruciale handeling in de echte praktijk is uitgevoerd.’ De situaties waar de inburgeraars bewijsstukken voor kunnen verzamelen impliceren vaak negatieve verwachtingen over de persoon van de inburgeraar.  Zoals: ‘ik heb voor overlast gezorgd. Bijvoorbeeld lawaai. Of ik heb iets kapot gemaakt van de buren. Ik zeg sorry tegen de buren.’ Of ze bevatten gekke tegenstrijdigheden. Om te bewijzen dat je met iemand een telefonisch gesprek heb gevoerd, moet je een door die persoon aan de andere kant van de lijn ondertekend ondertekend formulier overleggen aan de beoordelende ambtenaren. De Boer verwijt deze beoordelaars ‘regelfetisjisme’. Wie boven het ingeleverde formulier niet letterlijk de situatie weergeeft loopt de kans afgewezen te worden. Hij heeft dit met eigen ogen zien gebeuren bij een vrouw die haar situatie aangeduid had als ‘geld uit de muur halen’ waar gevraagd werd te vermelden ‘ik pin geld bij de bank’.
Geen opwekkende ervaringen dus. Wie weet zulke ervaringen te bevestigen of wie heeft geconstateerd dat het wel meevalt? 

*****************

15 februari 2008
zelfstandig een portfolio verzamelen

Hoe meer mensen er examen doen, des te duidelijker worden alle specifieke situaties en mogelijkheden. Zo worden wij regelmatig benaderd door mensen die het praktijkexamen willen doen door op eigen kracht een portfolio aan te leggen, dus zonder cursus te volgen. Dat kan. Alle informatie hierover vindt u op de website van de IBG:
http://www.inburgeren.nl/inburgeraar/default.asp

Samengevat komt deze weg hierop neer:
U begint gewoon zelf met allerlei bewijzen te verzamelen. Als u ze alle dertig hebt, hebt u een portfolio. U downloadt een aanmeldingsformulier:
http://www.inburgeren.nl/Images/10022-SCI-001_tcm12-6284.pdf
U vult dat in en stuurt dat samen met de 30 bewijzen op naar de IBG. Daarna wordt u door de IBG uitgenodigd om in Amsterdam, Nijmegen of Utrecht een ‘panelgesprek’ te komen voeren. Tijdens dat gesprek moet u vertellen hoe u de bewijzen verzameld hebt en de bewijzen toelichten. Hierbij moet u ook schrijven. Na dit gesprek beoordeelt de IBG of uw portfolio in orde is. Een goede beoordeling geldt als een succesvol afgelegd volledig praktijkexamen. Daarna hoeft u alleen nog het centrale examen af te leggen. 

Het portfolio moet gevuld zijn met bewijzen dat u gesprekken heeft gevoerd én dat u situaties schriftelijk heeft afgehandeld. Hoe de verdeling is, zegt de site niet. 
Wél wordt op de website van de IBG uitgelegd welke situaties een geldig bewijs kunnen opleveren, zoals een bezoek aan een consultatiebureau, een sollicitatiebrief of het blokkeren van een bankrekening. Het moet om échte situaties gaan. Handig dus als u deze lijst zo snel mogelijk bekijkt. Het zou zonde zijn als u gesprekken voert of brieven schrijft die u achteraf ook had kunnen gebruiken voor uw portfolio.
Verder moet u bijtijds uw ’examenprofiel’ weten: OGO of werk. De portfolio’s van deze profielen moet u namelijk op verschillende manieren vullen. Voor beide heeft u 12 bewijzen ‘burgerschap’ en 6 bewijzen ’werk zoeken’ nodig. De resterende 12 moeten volgens het profiel worden ingevuld. Dus voor OGO gaan ze over ‘onderwijs, gezondheid en opvoeding’. Voor OGO gaab ze over ‘werk hebben’. De bewijzen moeten worden ingevuld op formulieren die u kunt downloaden.
http://www.inburgeren.nl/Images/Portfolio_OGO_tcm12-5870.pdf
http://www.inburgeren.nl/Images/portfolio_WERK_tcm12-5869.pdf

Al met al lijkt me dit een handige manier om examen te doen. Ik denk dat goed in de gaten houden welke situaties in aanmerking komen en zo snel mogelijk beginnen het halve werk zijn!

 ***************

15 september 2007
Hoe werkt het portfolio?

Midden in de zomervakantie is de Regeling Inburgering ‘uitgebreid’ met een wijziging Regeling Inburgering. De wijzigingen betreffen twee onderwerpen: het portfolio en het examen voor geestelijke bedienaren. Bij docenten en cursisten rijzen de laatste tijd vooral vragen over de portfolio.

Hoe bouw je een portfolio op? Hoe verhoudt het portfolio zich tot KNS?

Het portfolio is onderdeel van het praktijkexamen Nederlandse taal. Het portfolio richt zich op twee vaardigheden: gesprekken voeren en schrijven. Het portfolio is te beschouwen als complement of zo u wilt, tegenhanger van het onderdeel assessment in het inburgeringsexamen. Qua ‘vorm’ kan de inburgeraar voor het praktijkexamen kiezen uit drie modellen:

  1. portfolio
  2. assessment
  3. combinatie van portfolio en assessment.

Kiezen voor (gedeeltelijk) portfolio houdt in dat je bewijzen verzamelt. Je moet kunnen aantonen dat je je ‘in het echt’ hebt weten te redden in verschillende (door de eindtermen voorgeschreven) cruciale praktijksituaties (i.t.t. assessment met ‘gespeelde’ situaties). Gesprekken voeren en schrijven moeten beide in de portfolio vertegenwoordigd zijn. Voor beide examenprofielen: ‘Opvoeding en gezondheid’ (OGO) en ‘Werk en werk zoeken’ zijn sinds 27 juli 2006 aparte portfoliomodellen vastgesteld die u hier kunt downloaden.

Hoe verhoudt de portfolio zich tot KNS? Elk portfolio moet onder andere een voorgeschreven aantal cruciale praktijksituaties burgerschap bevatten. Als u de eindtermen Nederlandse taal raadpleegt, ziet u dat daarin 10 cruciale praktijksituaties burgerschap zijn opgenomen. Deze 10 zijn gerubriceerd onder de noemers: gemeentelijke instanties, betalingsverkeer, verzekeringen, huisvesting, nabuurschap. (Ter vergelijking: de KNS-domeinen zijn gerubriceerd onder: functioneren op de arbeidsmarkt, in de eigen leefomgeving, in contact met instanties en de overheid, als burger in Nederland). Als u op onderstaand bestand klikt, kunt u de cruciale praktijksituaties burgerschap voor de portfoliomodellen raadplegen.

eindtermen-nederlandse-taal.pdf

Uitgeverij Boom onderzoekt in hoeverre de praktijk behoefte heeft aan speciaal ontwikkeld materiaal dat de portfolio-route ondersteunt. Heeft u ideeën of suggesties, laat het weten op ad@knsexamen.nl