We waren nu wel heel dicht bij Nederland. Na drie dagen rijden waren we er eindelijk.’Wat een mooi, groen, schoon land,’ bewonderde mama. Ze hield van schoon. Ik vond het ook mooi. ‘Ik denk best dat ik van dit land kan houden,’ zei ik. Het was stil, niemand zei wat terug. We zouden in Friesland gaan wonen. dat zei me nog minder dan Nederland, en dat laatste zei me al zo weinig. Ik werd een Friese Turkin, de ergste soort die je je kan bedenken. Maar ik had veel aan m’n ouders motto: ieder eind is een nieuw begin. Een cliché dat niet voor niets een cliché …